Forpus Passerinus

De groenstuiten is een groep Forpussen die bestaan uit 5 ondersoorten

  • Forpus passerinus (Linnaeus, 1758), Nominaatvorm, Groenstuit dwergpapegaai
  • F. p. deliciosus (Ridgway, 1888) Prachtgroenstuit dwergpapegaai
  • F. p. viridissimus (Lafresnaye, 1848) Venezolaanse Groenstuit dwergpapegaai
  • F. p. cyanochlorus (Schlegel, 1864) Roraima Groenstuit dwergpapegaai
  • F. p. cyanophanes (Todd, 1915) Rio Hacha Groenstuit dwergpapegaai

De laatste 2 ondersoorten hebben we waarschijnlijk niet in Europa en laten we dan ook in dit artikel buiten beschouwing.

Het probleem met de groenstuiten is het feit dat de ondersoorten erg veel op elkaar lijken, en dan met name de poppen. Deze zijn erg moeilijk te herkennen. Vanuit de werkgroep zijn we gericht aan de gang gegaan om daar enige helderheid in te verkrijgen. Dit is onder andere gedaan door een streng selectie beleid toe te passen op de beschikbare vogels. Er zijn diverse paringen verricht om een en ander uit te kunnen sluiten.

Hoe houden we onze Groenstuiten raszuiver ?
In eerste instantie gaan we in dit artikel uit van de 2 ondersoorten die qua verschijning het verst uit elkaar liggen, namelijk de Forpus passerinus passerinus (Linnaeus, 1758), Dit is de nominaatvorm van de Groenstuit dwergpapegaai en de F. p. deliciosus (Ridgway, 1888), Prachtgroenstuit dwergpapegaai.

Van een groot aantal Forpussen die we onderzocht hebben valt direct op dat deze de kenmerken van de twee voornoemde soorten vertonen. Deze Forpussen zijn waarschijnlijk niet geheel raszuiver. Wat betekent dit nu voor u als kweker? Allereerst moet u niet in paniek raken en de Forpussen niet bij de handel dumpen. Wij proberen juist met dit artikel u enige houvast te geven voor de kweek van beide soorten.

Door gerichte selectie van zowel de mannen als de poppen kan dit bereikt worden. Praktijk ervaring heeft dit inmiddels uitgewezen en de eerste resultaten zijn duidelijk zichtbaar. De onderlinge soortelijke kenmerken worden erg versterkt door deze selectie methode. Wanneer over enige tijd dit doel bereik is kunnen we ons bewust richten op de derde soort, de F.p. viridissimus (Lafresnaye, 1848) Venezolaanse Groenstuit dwergpapegaai. Deze derde soort valt qua verschijningsvorm tussen de nominaat Groenstuit en de Prachtgroenstuit, maar heeft uiteraard zijn eigen specifieke kenmerken.

Selectie Groenstuit en de Prachtgroenstuit – de mannen en de poppen van beide ondersoorten naast elkaar.

* links Groenstuit man | rechts Prachtgroenstuit man

* links Groenstuit pop | rechts Prachtgroenstuit pop

Voor de kweekselectie is het van groot belang om bij de soorten een kopstudie onder de poppen te verrichten en een vleugelstudie bij de mannen. In de praktijk zien we veelal een mix van beide soorten. Hierdoor zijn we genoodzaakt een schematische weergave van de kop te laten zien. Van cruciaal belang is de vorm en de grote van de gele vlek op het voorhoofd boven de snavel. In geschreven tekst ziet dat er als volgt uit, de Groenstuit pop moet een kleine gele driehoekige vlek boven de snavel bezitten. (zie afbeelding links), de Prachtgroenstuit een smalle gele band boven de snavel tot aan de ogen (zie afbeelding midden)

Vanuit de kweekervaringen hebben we gezien dat de poppen van de ondersoort bij de blauwvleugels Forpus xanthopterygius. spengeli (Hartlaub, 1885) en de Spengel’s blauwvleugeldwergpapegaai) qua verschijningsvorm erg dicht bij de groenstuit poppen ligt, De spengeli poppen bezitten een gele band over het voorhoofd tot om de ogen (zie afbeelding rechts)

* links Groenstuit | midden Prachtgroenstuit | rechts Spengel’s blauwvleugel

Bij de mannen zijn de onderlinge verschillen duidelijker aanwezig in de blauwe vleugeltekening. Zie onderstaande vleugel studies.

* links bovenzijde vleugel groenstuit man | rechts Bovenzijde vleugel prachtgroenstuit man

* links Onderzijde vleugel Groenstuit man | rechts onderzijde vleugel Prachtgroenstuit man

Het verschil is aan boven en onderzijde van de vleugels heel goed te onderscheiden. Wat direct in het oog springt, is de kleur van de primaire en secundaire vleugeldekveren aan de bovenzijde. Tevens is kleur verschil en de begrenzing van de vleugeldekveren aan de onderzijde goed waar te nemen. Bij de Groenstuit zien we een kobaltblauwe kleur van de ondervleugeldekveren tot aan de vleugelbocht. Bij de Prachtgroenstuit is deze kleur diepkobalt blauw en loopt het niet tot aan de vlegelbocht, maar wordt daarin afgescheiden door een turkoois groene band. De afgebeelde foto’s spreken voor zich.

De selectie criteria luidt als volgt: maak een duidelijke keuze voor de “soort”die u wilt gaan kweken. Kijk vervolgens naar die vogels die het meest aan de soortbeschrijvingen voldoen. Voor de nominaat Groenstuit gebruikt u de poppen met de kleine gele driehoekige vlekjes boven de snavel. (zie ook foto kopstudie links). Voor de mannen selecteert u de vogels die afgebeeld staan aan de linker zijnde. Wilt u echter Prachtgroenstuiten gaan kweken, dan moet u op zoek naar de poppen met een smalle gele band boven de snavel tot aan de ogen (zie ook foto kopstudie midden) en mannen met de vleugeltekening van de rechtse afbeeldingen.

Door het toepassen van bovenstaande selectie criteria zijn we er van overtuigd dat binnen afzienbare tijd onze fraaie Groenstuiten de Forpus passerinus passerinus (Linnaeus, 1758) en de Prachtgroenstuiten F. p. deliciosus (Ridgway, 1888), weer geheel aan u kunnen showen. De praktijk heeft dit al uitgewezen.

Download HIER de Forpus Passerinus en ondersoorten matrix
Download HIER de gezamelijke standaardeisen

Namens de Nederlanse Forpussen Club,

Theo Heymen

Colofon:
Foto’s Hans Schipper ©
Met Dank aan: Hugo Weijers, Hans Schipper en Henk Been.