Forpus xanthops


Beschrijving

Forpus xanthops (Salvin, 1895)
Forpus is een soortnaam, dus een hoofdletter
xanthops = stamt oorspronkelijk van de Griekse woorden xanthós
xanthós = goudgeel
óps = oog, gezicht, aanschijn

De Geelmasker dwergpapegaai heeft geen ondersoorten maar was eerder ingedeeld als ondersoort van de Grijsrug dwergpapegaai. Hij heeft er ook vooral qua tekening erg veel van weg, zie ook de foto’s van beide soorten verder in dit artikel. Het gro(o)te verschil echter zit hem in de donkere vlek op de bovenzijde van de snavel van beide geslachten. Deze vlek verandert van kleur en intensiteit naar gelang de broedconditie van de Geelmasker dwergpapegaai. Hoe zwarter en uitgebreider hoe beter de vogels in broedconditie zijn. Verder heeft de pop ook een blauwe stuit in tegenstelling tot alle andere Forpus soorten. De Geelmasker dwergpapegaai is verreweg de grootste Forpus soort met een lengte van 14.5 to 15 cm

Leefgebied en biotoop

De verspreiding is beperkt tot een klein gebied in noordwest Peru, in het hoger gelegen Marañondal, in de Andes. De Marañon is een bronrivier van de Amazone. De leefomgeving bestaat uit boom- en struiksavannen afgewisseld door bossen van het subtropische regenwoud tot de hoger gelegen bossen.

Het is een dun bevolkt gebied en alleen bewoond rond de zilvermijnen en andere winning van bodemschatten. De gemiddelde temperaturen liggen tussen de 10º C in de winter en 25º C in de zomer. De neerslag is gering, het klimaat is verhoudingsgewijs vrij droog. De vegetatie bestaat voornamelijk uit meestal doornige struiken, open velden en loofbossen op een hoogte tot 1720 meter.

Voeding

Over de voeding in de natuur zijn geen betrouwbare gegevens te vinden. De Geelmasker dwergpapegaai heeft in een te kleine behuizing snel de neiging om vet te worden. Het beste is om ze daarom een goed zaadmengsel voor te zetten, een mengsel voor Neophema’s is heel geschikt omdat het niet te vet is. Ze eten graag verschillende soorten fruit (appel, peer, enz. .) allerlei groenten, wortelen, onkruidzaden, jonge maïskolven. Eivoer en kiemzaad mogen niet ontbreken. Ook nemen ze graag rozenbottels, lijsterbes, wilde paardenbloem, insecten en insectenvoer.

De Geelmasker dwergpapegaai in Europa

De Geelmasker dwergpapegaai wordt redelijk veel gekweekt in Nederland, maar niet iedereen heeft hier succes mee.Als je geluk hebt lukt het achter elkaar, maar het komt ook veel voor dat men enkele jaren goed kweekt, en dan zonder aanwijsbare reden is het over, in welke kooi of volière men het ook probeert. Maar gelukkig zijn er elk jaar wel weer liefhebbers die jongen op stok krijgen waardoor ook andere liefhebbers hun geluk hier mee kunnen beproeven. De broedduur is 23 dagen en vergt t.o.v. alle andere Forpus soorten geen extra aandacht. Eerder ging men uit dat de Geelmasker dwergpapegaai een leeftijd moest hebben van minimaal 2 jaar voordat er mee bebroed kon worden soms duurde dit zelf tot het 3e levensjaar. Door domesticeren van deze soort hebben liefhebbers nu soms al na 16 maanden een broedresultaat.

De huisvesting van deze vogels is het beste apart in een broedkooi van 80 x 50x 50 waarin een 2 tal broedblokken aanwezig zijn zodat de vogels zelf een keuze kunnen maken welke broedblok de voorkeur krijgt (nadien kan het andere blok verwijderd worden hier maken ze geen gebruik meer van). Omdat de Geelmasker dwergpapegaai zelf geen nest bouwten kan men onder in het nest een laag houtkrullen leggen, de pop zal dit laten liggen of er uit gooien tot ze er tevreden mee is. Wel is het raadzaam in het blok een kommetje in de bodem te hebben, zodat de eieren niet te veel door het gehele blok gaan rollen. Als broedblok kan men een gewoon Agaporniden blok gebruiken met een tussen schotje.

In het vogelpark Walsrode heeft men de Geelmasker dwergpapegaai onder gebracht in een behoorlijk formaat volière 40 m2 grondoppervlakte en hier kweekt men in koloniebroed, met 2 of 3 paartjes. Niet ieder jaar heeft men nakomelingen uit deze kolonie bij ieder broedkoppel. De broedtijd van de vogels bedraagt 23 dagen. Na ca 40 dagen verlaten ze de jongen het nestblok maar worden nog ca 10 dagen door het ouderpaar gevoerd. Bij een leeftijd van 7 weken kunnen ze zelfstandig gehuisvest worden.

De vogels zelf

Omdat de Geelmasker dwergpapegaai veel lijkt op de Grijsrug dwergpapegaai eerst even beiden naast elkaar voor de verschillen. De tekening en vorm van de maskers laat zien dat beide soorten veel gemeen hebben, bij de Geelmasker dwergpapegaai, zoals de naam al zegt, is het masker geel en bij de Grijsrug dwergpapegaai is het masker echter helder lichtgroen. Vooral bij de poppen van beide soorten zijn de verschillen groot, het gele masker natuurlijk, maar ook het de blauwe stuit van de Geelmasker dwergpapegaai maken het verschil. Kenmerken die bij beide soorten zichtbaar zijn is de blauwe oogstreep, deze is bij de Geelmasker poppen duidelijker zichtbaar dan bij de Gijsrugppoppen. Wat duidelijk het verschil maakt is de zwarte snavelvlek bij de Geelmasker dwergpapegaai en het formaat, de Geelmaskert dwergpapegaai meet 14.5 – 15 cm en de Grijsrugdwerpapegaai meet 13 cm.


Vergelijking man vs pop

Hieronder een mooi overzicht waarop duidelijk de verschillen tussen de man en de pop te zien zijn. Goed te zien is de blauwe stuit bij de poppen van de Geelmasker dwergpapegaai, hoewel het bij de Grijsrug dwergpapegaai een ernstige fout is als de poppen een blauwe stuit tonen, is het bij de Geelmasker dwergpapegaai standaard. Letop : Steeds links de man en rechts de pop!

Op internet komen we regelmatig informatie tegen over een ondersoort van de Forpus coelestis de Forpus coelestis lucida, ook gekend als “Ridgway’s dwergpapegaai”. Beschreven in een artikel over Forpussen, uitgegeven in 1932 door de curator van de Zoo van Chicago, Karl Plath. Daarin werd een ondersoort van de grijsrug dwergpapegaai beschreven, afkomstig uit Colombia waarvan de poppen een blauwe stuit hadden. Hij beschreef ook dat de mannen een zilvergrijze rug hadden en het blauw van de vleugels en stuit lichter van kleur was t.o.v. de soort die voorkwam in Ecuador en Peru.

Hoewel wij als NFC in het verleden veel energie hebben geïnvesteerd in het verkrijgen van kweekinformatie en fotomateriaal over deze Forpus coelestis lucida, hebben wij niet voldoende aanleiding kunnen vinden om dit te kunnen staven, eerder lijkt een bastaardering van de Grijsrug dwergpapegaai met de Geelmasker dwergpapegaai ten grondslag te liggen aan deze Forpus coelestis lucida.


Technische beschrijving

GEELMASKER DWERGPAPEGAAI (WILDKLEUR)
Forpus xanthops : bl+_D+ /bl+_D+

De man

    Kop en masker

  • Masker geel.
  • Achter het masker blauw met een grijze waas vanaf het oog uitvloeiend over de achterschedel.
  • De nek donkergroen en de achterkop grijs met een blauwe waas.
  • Alle kleurscheidingen van het masker zijn strak en hebben een zeer regelmatig verloop.
    Lichaam

  • Borst buik en broek zijn donkergroen met een gele waas.
  • Anaalstreek is lichtgroen met een grijs gele waas.
  • Flank is lichtgroen met een grijs gele waas.
  • Mantel is donkergroen met een grijze waas, donkerder dan de borst.
  • Onderrug- en stuitkleur zijn diep donkerblauw.
    Vleugels

  • Vleugel dekveren zijn donkergroen met een grijze waas donkerder dan de borst.
  • Slag- en armpennen zijn de buitenvlag groen en de binnenvlaggen grijs, de buitenvlag van de buitenste pennen is groen.
  • Primaire vleugel dekveren zijn diep donkerblauw.
  • Ondervleugel dekveren zijn kobaltblauw.
  • De rand van de vleugelbocht is kobaltblauw loopt uit in de schouder.
    Staart

  • Bovenstaart dekveren zijn diep donkerblauw.
  • Staartpennen zijn groen.
  • Onderstaart dekveren zijn geel met een groene waas.
    Ogen

  • Zwarte iris met een donkergrijze oogring en een zwarte pupil.Poten en nagels
  • Poten vleeskleurig.
  • Nagels hoornkleurig naar donker uitlopend.
    Snavel

  • Op de bovensnavel bevindt zich een donker gedeelte dit kan variëren van bruin tot zwart.
    Formaat

  • 14,5 tot 15 centimeter.

De pop

    Kop en masker

  • Masker geel.
  • Achter het masker blauw met een grijze waas vanaf het oog uitvloeiend over de achterschedel.
  • De nek donkergroen en achterkop grijs met een blauwe waas.
  • Alle kleurscheidingen van het masker zijn strak en hebben een zeer regelmatig verloop.
    Lichaam

  • Borst buik en broek zijn donkergroen met een gele waas.
  • Anaalstreek is lichtgroen met een grijs gele waas.
  • Flank is lichtgroen met een grijs gele waas.
  • Mantel is donkergroen met een grijze waas, donkerder dan de borst.
  • Onderrug- en stuitkleur zijn blauw.
    Vleugels

  • Vleugel dekveren zijn donkergroen met een grijze waas donkerder dan de borst.
  • Slag- en armpennen zijn de buitenvlag groen en de binnenvlaggen grijs, de buitenvlag van de buitenste pennen is groen.
  • Primaire vleugel dekveren zijn lichtblauw.
  • Ondervleugel dekveren zijn blauw groen.
  • De rand van de vleugelbocht is blauw loopt uit in de schouder.
    Staart

  • Bovenstaart dekveren zijn groen met een smalle gele rand.
  • Staartpennen zijn groen met een smalle gele rand.
  • Onderstaart dekveren zijn geel met een groene waas.
    Ogen

  • Zwarte iris met een donkergrijze oogring en een zwarte pupil.
    Poten en nagels

  • Poten vleeskleurig.
  • Nagels hoornkleurig naar donker uitlopend.
    Snavel

  • Op de bovensnavel bevindt zich een donker gedeelte dit kan variëren van bruin tot zwart.
    Formaat

  • 14,5 tot 15 centimeter.

Clofon
Theo Heymen
Met Dank aan: Hugo Weijers, Kees Bink, Hans Schipper en John de Graaf
Foto’s: Hans Schipper


Forpus xanthops in het wild