Forpus cyanopygius insularis

Insularis, totdat het tegendeel bewezen is | Deel 1

Juan Cruzado Cortés heeft onlangs deze in Nederland en België bekende ondersoort van de Mexicaanse dwergapegaai op de Tres Marias-eilanden in Mexico gefotografeerd. Tot nu toe waren er geen goede foto’s beschikbaar uit het leefgebied van de Forpus cyanopygius insularis van deze ondersoort. Daardoor leidde het mogelijk decennia lang tot misidentificaties in de Europese avicultuur.

Exemplaren van de Forpus Xanthopterygius zijn waarschijnlijk sinds de jaren 1980 als Forpus cyanopygius insularis gehouden en gefokt. De waarschijnlijk verkeerde ingeschatte beoordeling van de vogels heeft geleid tot ontwikkeling van standaardeisen waardoor deze vogels decennia zijn beschreven, gehouden en verspreid. Helaas, zoals nu blijkt, is beschikbare informatie in de ornithologische-literatuur niet in acht genomen.

Ik kwam al in de jaren 80 tot deze conclusie. Ik zag toen de zogenaamde ‘Insularis’ in Duitsland en zag dat het eigenlijk vogels waren van de soort Xanthopterygius. Sindsdien verbaasd het mij, dat iedereen geloofde dat het de ondersoort van Forpus cyanopygius insularis was. Zoals ik heb geschreven in de Deense Forpus-norm van 1995 moet de Forpus cyanopygius insularis vergelijkbaar zijn met de nominaat Forpus Cyanopygius Cyanopygius.

Salvadori zei in 1891 dat de Forpus cyanopygius insularis slechts een gering donkerder blauwe kleur heeft dan Forpus cyanopygius cyanopygius, die zeer lichte blauwe kleuren heeft. De verschillen zijn echter zo subtiel dat hij suggereerde dat de ondersoort Forpus cyanopygius insularis niet erkend zou moeten worden.
Op basis van Salvadoris beoordeling kan men slechts concluderen dat de Forpus cyanopygius cyanopygius en de Forpus cyanopygius insularis zeer gelijkend moeten zijn. Daarom is het zo vreemd dat veel fokkers, in het bijzonder in Nederland en België, niet kunnen geloven dat Forpus cyanopygius insularis nooit is geïmporteerd in Europa.

De vogels die nu door gaan voor de Forpus cyanopygius insularis stammen waarschijnlijk af van de Xanthopterygius. Zij hebben een veel donkerder blauwe stuit, donkerder ondervleugel dekveren en een donkerder blauwe kleur in de vleugels en kunnen daardoor zelfs op afstand worden onderscheiden van echte Forpus cyanopygius insularis zoals op de foto’s te zien is.

Simon Waagner | Denemarken
Forpus Denmark

*De foto’s welke de NFC reeds had waren door de slechte beeldkwaliteit niet bruikbaar

*Met de nieuw ter beschikking gekomen foto’s, zien we toch wel veel overeenkomsten


Insularis, totdat het tegendeel bewezen is | Deel 2

In nummer 3 van 2017 hebben we u al laten zien dat er gegronde reden zijn om aan te nemen dat ‘onze Insularis’ niet DE Insularis is. We kijken met u terug in de geschiedenis van de NFC, maar ook Langer terug naar hoe de Insularis in ons vogel bestand is ontstaan.

Terugblik

Al in 1987 verschijnt er een Duits boek van Karl Heinz Spitzer ‘Sperling papageien, Arten und Rassen, Haltung und Zugt’. Het voorwoord wordt ondertekend “Mosbach, im Juni 1987 Karl Heinz Spitzer”.Het is een mooi boekwerk over de Forpussoorten met mooie foto’s inclusief de bronvermelding. Op pagina 80 boven staat de Insularis afgebeeld, helaas ontbreek van deze foto de bron vermelding. De beschrijving van de Insularis is al volgt:

Forpus cyanopygius insularis is groter dan de nominaat, 13,5 -14 cm. Het groen is donkerder en krachtiger zodat een duidelijk contrast ontstaat met geelgroene partijen van de kop, wangen en hals. De onder zijde is meer grauw groen, de stuit krachtiger blauw, meer naar kobalt neigend.

De NFC is opgericht op 13 april 1991, dus na het verschijnen van de mooie boekwerk. Het is dus goed mogelijk de ‘onze Insularis’ zijn oorsprong in Duitsland heeft.

Artikel uit het clubblad van de NFC | NFC 1993-4

MEXICAANSE DWERGPAPEGAAI Forpus cyanopygius insularis
Daar er op dit moment vaak bovenstaande vogels te koop worden aangeboden, willen wij onze leden er op attent maken dat wij onze twijfels hebben hierover. Ten eerste moet de vogel plus minus 14,5 cm groot zijn, dus net zo groot als de Geelmasker, al moeten de boven en onder snavel gerekend van af de inplant in de kop over een lengte van 2/3 donker grijs tot zwart zijn. De bovenstaande mening ontlenen wij aan de geprepareerde vogel die wij hebben gezien en gefotografeerd in het Natuur Historisch Museum te Leiden. Ook de foto in het boek van Karel Heinz Spitzer is NIET correct. Onze mening wordt ook door de Forpussen club Duitsland gedeeld.

Gewaarborgde overleving van ongewone Forpussoorten | NF 1999-2
Door Rosemary Low | Kooi- en volièrevogels, Deskundige Forpusachtigen
(Alleen de tekst over de Insularis is hier weergegeven)

De ondersoort Forpus cyanopygius insularis komt alleen voor op de Tres Marias eilanden in de Stille Oceaan (ongeveer 62 mijl/100 km) ten westen van Nayarit, Mexico. Deze eilanden hebben sinds bijna een eeuw een strafkolonie voor gevaarlijke criminelen. Forpus cyanopygius insularis was algemeen in de laatste jaren van de 20 ste eeuw. In 1938 en 1955 konden twee ornithologen geen enkel exemplaar vinden. In augustus van 1997 bezochten Miguel-Angel Gomez-Garza en Daniel Garza-Tobon van de Foundation ARA uit Monterry, Mexico de Tres Marias eilanden, nadat ze vergunning hadden gekregen van de Mexicaanse overheid. Zij bleven acht dagen op het eiland Maria Madre, dat 55 vierkante mijl (144 vierkante kilometer) groot is. De plaatselijke inwoners vertelden Miguel en Daniel dat in dat seizoen de Forpus cyanopygius insularis de lage onbeschutte gebieden van het eiland verlaten om voedsel te zoeken in de bosrijke hooglanden. Na een beklimming van een berg 1 kilometer uit de kust naar één van deze voedselplaatsen, begonnen ze met het observeren van de Forpus cyanopygius insularis. Deze kleine vogels zijn echter moeilijk te observeren. Alleen degene die bekend zijn met hun zachte eenlettergrepige roep kan hen lokaliseren in de boomtoppen. De Insularis kwamen in groepen van 4 tot 20 individuen om zich te voeden met de rijpe vijgen van de Ficus Involuta. Ze dronken het water dat zich in de holtes van de bomen had verzameld tijdens de nachtelijke regenval. Twee dagen nadat de regen ophield werd gezien dat de Forpus cyanopygius insularis in een hoekje bij een kleine bron, water dronken. Ander voedsel zijn andere vijgsoorten en zaden van de lage struiken die tot Crotonsoorten behoren. Ze voedden zich ook met de bloemen van de Leucaena en de zachte zaden van de accaica peulen. De locale bevolking vertelde dat de Forpus cyanopygius insularis in de hoge beboste gebieden bleven tijdens het regenseizoen (juli tot januari). Tijdens de zomer nestelden zij zich in kleine holtes van de bovenste takken van de hele hoge bomen. Vluchten van Forpus cyanopygius insularis zijn gezien op zes mijl (10 km) afstand van het eiland Maria Magdalena. De Forpus cyanopygius insularis verschilt van de nominaat vorm omdat hij donkerder groen is aan de bovenzijde. De man heeft een hemelsblauwe tint aan de onderzijde: de zijkanten van de kop zijn geelgroen. Het blauw van de staart en stuit is donkerder dan van de nominaat vorm. De onderzoekers hebben de Forpus cyanopygius insularis in gevangenschap nog nergens waargenomen. Deze vogels zijn ook niet vergelijkbaar met enig ander soort.

Even terzijde: de foto van de vogel die staat in Thomas Arndt’s Lexicon of Parrots blijkt niet de vogel van dit ras te zijn. De snavel is te groot en de kleur te donker.

Uit het Engels vertaald door Hans van Schaik


*Blauwvleugel | Vleugel boven- en onderzijde


*Insularis | Vleugel boven- en onderzijde

*Vergelijk blauwvleugel vs ‘onze’ Insularis

*Vergelijk ‘onze’ Insularis vs recente Insularis
onze insularis vs recente insularis


Forpus cyanopygius insularis | NF 2006-5

Via een kennis van Rosemarie Low hebben we mail-contact gehad, er zijn van ons uit diverse foto ‘s gestuurd van de Forpus die wij de Insularis noemen. Ook zijn er foto ‘s bijgevoegd, gemaakt van een balg in natuur histories museum Naturalis door dhr. Piet Onderdelinden.

1e poging
Foto ‘s van de nominaat. Hierop kwam het antwoord dat de eerste foto ‘s overbelicht waren en dat men het niet kon beoordelen.

2e poging
Na het aanpassen van deze foto ‘s kwam het antwoord: This is NOT INSULARIS. The blue sheen on the breast is so strong in Insularis that the breast appears light blue. Vrij vertaald: Dit is niet de Insularis, de blauwe schijn op de borst van de Insularis is zo krachtig dat het licht blauw lijkt. Dit klopt volledig, het waren immers foto ‘s van de nominaat vorm Forpus cyanopygius cyanopygius (Souancé, 1856).

3e poging
Foto ‘s van de balg waarop heel duidelijk de blauwe waas en zwart/grijze snavel te zien is. Ook enkele foto ‘s van levende Forpus cyanopygius insularis (afstammelingen uit de lijn van de heer Banning), het antwoord: None of these photo’s show the breastcolour!! So I cannot comment. Vrij vertaald: Geen van deze foto’s toont de borst kleur, hierdoor kan ik geen commentaar geven! Door dit antwoord en mede door de duidelijke foto ‘s die er gestuurd zijn heb ik grote twijfels of mevr Low de Forpus cyanopygius insularis wel in het wild gezien heeft. In haar eerste mail kwam bij nader inzien de aap al uit de mouw. Hierin vertelde ze had zelf geen foto ‘s althans geen duidelijke foto’s had van de Forpus cyanopygius insularis.

Op de 4e en 5e poging om een ‘slechte’ foto te zien te krijgen hebben we tot op heden geen antwoord mogen ontvangen. Voor de NFC is het zo klaar als een klontje, mevr Low heeft misschien de Forpus cyanopygius insularis op de Tres Maria eilanden gezien. Maar zeker niet van dichtbij. De kwekers van de Insularis hebben immers het geluk de vogels van zeer dichtbij te zien. Deze kwekers zitten immers met de neus tegen de tralies van de kooi gedrukt om het moois ervan af te kijken.

Sinds geruime tijd zijn we nu bezig met deze soort en durf te stellen dat het hier om een zelfstandige soort gaat. De uiterlijke kenmerken zijn er zoals ze bij geen andere Forpus soort te vinden zijn. Fijn snaveltje, loodgrijs gekleurd, grijze poten met zwarte nagels, blauwe waas op de borst en nek, de grootte en de stand van het oog zijn ook typerend voor deze soort. Ook het gedrag is verschillend ten opzichte van andere soorten, ze zijn minder territoriaal. In voorgaande notulen werd de opmerking door Dhr. Con van de Ven gemaakt, dat hij Rosemarie Low nog nooit bij hem op de zolder gezien had. Dit naar aanleiding van de bewering van mevr Low dat de Forpus cyanopygius insularis niet in Europa aanwezig is. Hierop durf de NFC te stellen dat Mevr Low de Forpus cyanopygius insularis zelf niet gezien heeft.

H. Schipper

Najaar 2006

In Het najaar van 2006 is er een show van de NFC ondergebracht bij de PS Twente in Hardenberg waar enkele Insularissen door de NFC worden tentoongesteld, ook is Rosemary Low daar aanwezig. Omdat de in Hardenberg gebruikte TT kooien van erg karig geel licht in de kooi zijn voorzien is de beoordeling van de kleur erg moeilijk, volgens Kees Bink moest er een zaklamp aan te pas komen om de Insularis goed te belichten, waardoor ook een enigszins licht blauwe schijn op de borst waarneembaar was. Volgens Hugo Weijers merkte Rosemary Low op ‘It might be the Insularis’.Maar wat is het dan wel? Dit belangrijke onderwerp zal nog een vervolg hebben.

Het verspreidings gebied van de Blauwvleugel is enorm en tegenwoordig zijn er websites waar aan elke foto een GPS positie ‘hangt’. Na bestudering van heel veel van die foto’s zie je Bauwleugels die erg veel lijken op ‘onze Insularis’. Aan de hand van deze foto’s kunnen we inmiddels wel stellen dat de Forpus die de NFC en haar leden al decennialang Insularis noemen geen Insularis is. De redactie heeft een gegronde reden om te vermoeden dat ‘onze Insularis’ eigenlijk een Blauwvleugel is.

Hugo Weijers | Theo Heymen


Insularis, totdat het tegendeel bewezen is | Deel 3

Inleiding
In de eerste twee delen hebben wij u vooral kennis laten maken met de nieuwe waarnemingen in de wildbaan en de totstandkoming van de naam Insularis. In dit deel gaan we hier verder op in.

Deel 3
Het zal eind 2016 begin 2017 geweest zijn toen de eerste waarnemingen van de Forpus cyanopygius insularis gepubliceerd werden op het internet. Voor het eerst een duidelijke foto van de Insularis met een gps-aanduiding. Dit is natuurlijk helemaal geweldig!!! Door deze gps-aanduiding bij de foto’s nam voor ons de onzekerheid weg of het wel een insularis betrof. Met het inzoomen op de gps-gegevens komen we dan ook op de Tres Maria eilanden terecht. Mooier kon niet. EUREKA! We hebben de echte insularis “gevonden”. Vervolgens worden de eerste foto’s gepubliceerd in ons blad en wachten op reacties die komen gaan.

Met het vinden van deze afbeeldingen van de insularis hebben we natuurlijk een ander probleem, wat is dan de Forpus die we tot voorheen de Insularis noemden?? Om mogelijk een antwoord te vinden hebben we hiervoor honderden foto’s van blauwvleugels bekeken die ook voorzien zijn van een gps-positie.

Het verspreidingsgebied van de Blauwvleugels is dan ook enorm te noemen. De westelijke begrenzing van het verspreiding gebied loopt van noordwest Colombia rechts van het Andesgebergte door centraal en oost Peru, door het oosten van Bolivia en het noorden van Paraquay, het noordoosten van Argentinië nog net tot aan de Rio Grande do Sul in het zuiden. Het noordelijke verspreidingsgebied omsluit het gehele Amazonegebied, verloopt oostwaarts over Maranhao tot Ceara en dan over heel oost Brazilië weer onderlangs tot aan de Rio Grande do Sul. Hierdoor ontstaan dus ook variaties op de nominaatvorm, de zogenaamde ondersoorten zoals flavissimus, flavescens en crasirostris. Dat onze ‘insularis’ niet op een erkende ondersoort van de Blauwvleugels lijkt wisten we natuurlijk al jaren, medio jaren negentig hebben we de soortbeschrijvingen gemaakt en vastgelegd in een boekvorm.

Wat maakte het destijds zo uniek maakte dat we deze vogels Insularis noemden staat beschreven in deel 2. Wat is het dan wel? Lijkt de meest logische vraag. Op deze vraag moeten we helaas het antwoord schuldig blijven. De toekomst zal ons hierover meer duidelijkheid kunnen verschaffen. De enige manier is door het vaststellen van een DNA verwantschap onderzoek of we hier te maken hebben met een zelfstandige (onder) soort, hybride of een selectieve kweekvorm van een blauwvleugel ?? of…? Bij het vinden van antwoorden komen alleen maar meer vragen.

Enkele aandachtspunten en vragen zijn:

  • Hybride
    vanaf omstreeks 1995 zijn deze vogels gekweekt in Nederland en België. Deze vogels zijn verschillende keren met elkaar vergeleken op de studiedagen. In dit vergelijk werden geen verschillen waargenomen en betrof het dezelfde vogels. De vogels vertoonden allen een naakte oogring, krijgen grijze snavels en poten wanneer deze in broedconditie komen. Kweekt moeilijk dat wil zeggen dat het niet vanzelfsprekend is dat het volgende jaar weer een legsel grootbrengen. Mocht het een hybride zijn: Waarom vindt er geen terugval plaatst naar één van de oorspronkelijke soorten? Nakweek van deze vogels veranderen uiterlijk niet. Wel het formaat wordt kleiner door de selectieve kweek de zogenaamde lijnteelt.

  • Selectieve kweekvorm
    Als deze Insularis een selectieve kweekvorm van een Blauwvleugel is, waarom ontstaat dan ook hier geen differentiaties in de jonge vogels? Deze blijven uiterlijk allemaal hetzelfde?? Voor het vergelijk met een andere Forpus denk hierbij voor het gemak aan de groenstuiten. Bij Groenstuiten kan het voorkomen na vele generaties nog steeds verschillende uiterlijke verschijningsvormen van ondersoorten in één nest worden geboren. Daar is bij de ‘insularis’ geen sprake van.

Wat we inmiddels wel durven te concluderen is dat onze ‘Insularis’ niet de insularis is waarvoor we deze vogel hebben aangezien. Argumenten hiervoor zijn:

  • de foto’s met gps-aanduiding, langzamerhand komen er meer foto’s beschikbaar van de echte Insularis.
  • Als ondersoort van de nominaatvorm Forpus cyanopygius cyanopygius wijkt onze ‘Insularis’ te veel af van deze nominaatvorm. Neem bijvoorbeeld alleen de lichtblauwe stuitkleur van de nominaatvorm, bij onze ‘Insularis’ is dit Kobaltblauw. Soorten en ondersoort liggen normaliter qua uiterlijke verschijningsvorm erg dicht bij elkaar. Hier dus niet.
  • Het model van de vogels komt meer overeen met een Blauwvleugel dan het robuuste model van een Mexicaan.

Al met al genoeg redenen om aan te nemen dat de foto’s van de Forpus cyanopygius insularis juist zijn. 100% zekerheid hebben we pas wanneer we aan de hand van een DNA-onderzoek de onderlinge verwantschap kunnen aanduiden zoals dit ook is gedaan voor de Forpus spengeli.

Hoe nu verder?
Toch wil ik oproepen deze vogels niet direct te dumpen in de handel onder het motto ‘bastaarden’ of wat het wel is weten ze niet, dus weg ermee. Zelf probeer ik nog steeds met de Insularis’ te kweken om verdere studie te doen naar deze vogels, met het uiteindelijke doel, wat het dan wel is?

Uiteraard heeft dit ook gevolgen voor onze tentoonstellingen.

Wordt vervolgd

Hugo Weijers | Theo Heymen


Deel 4

Het zal eind 2016 begin 2017 geweest zijn toen de eerste waarnemingen van de Forpus cyanopygius insularis gepubliceerd werden op het internet. Voor het eerst een duidelijke foto van de Insularis met een gps-aanduiding. Dit is natuurlijk helemaal geweldig!!! Door deze gps-aanduiding bij de foto’s nam voor ons de onzekerheid weg of het wel een insularis betrof. Met het inzoomen op de gps-gegevens komen we dan ook op de Tres Maria eilanden terecht. Mooier kon niet. EUREKA! We hebben de echte insularis “gevonden”. Vervolgens worden de eerste foto’s gepubliceerd in ons blad en wachten op reacties die komen gaan.

“Onze” Insularis

Met het vinden van deze afbeeldingen van de insularis hebben we natuurlijk een ander probleem, wat is dan de Forpus die we tot voorheen de Insularis noemden?? Om mogelijk een antwoord te vinden hebben we hiervoor honderden foto’s van blauwvleugels bekeken die ook voorzien zijn van een gps-positie.

Het verspreidingsgebied van de Blauwvleugels is dan ook enorm te noemen. De westelijke begrenzing van het verspreiding gebied loopt van noordwest Colombia rechts van het Andesgebergte door centraal en oost Peru, door het oosten van Bolivia en het noorden van Paraquay, het noordoosten van Argentinië nog net tot aan de Rio Grande do Sul in het zuiden. Het noordelijke verspreidingsgebied omsluit het gehele Amazonegebied, verloopt oostwaarts over Maranhao tot Ceara en dan over heel oost Brazilië weer onderlangs tot aan de Rio Grande do Sul. Hierdoor ontstaan dus ook variaties op de nominaatvorm, de zogenaamde ondersoorten zoals flavissimus, flavescens en crasirostris. Dat onze “insularis” niet op een erkende ondersoort van de Blauwvleugels lijkt wisten we natuurlijk al jaren, medio jaren negentig hebben we de soortbeschrijvingen gemaakt en vastgelegd in een boekvorm.

Wat maakte het destijds zo uniek maakte dat we deze vogels Insularis noemden staat beschreven in deel 2. Wat is het dan wel? Lijkt de meest logische vraag. Op deze vraag moeten we helaas het antwoord schuldig blijven. De toekomst zal ons hierover meer duidelijkheid kunnen verschaffen. De enige manier is door het vaststellen van een DNA verwantschap onderzoek of we hier te maken hebben met een zelfstandige (onder) soort, hybride of een selectieve kweekvorm van een blauwvleugel ?? of …………….?

Bij het vinden van antwoorden komen alleen maar meer vragen: enkele aandachtspunten en vragen zijn:

  • Hybride: vanaf omstreeks 1995 zijn deze vogels gekweekt in Nederland en België. Deze vogels zijn verschillende keren met elkaar vergeleken op de studiedagen. In dit vergelijk werden geen verschillen waargenomen en betrof het dezelfde vogels. De vogels vertoonden allen een naakte oogring, krijgen grijze snavels en poten wanneer deze in broedconditie komen. Kweekt moeilijk dat wil zeggen dat het niet vanzelfsprekend is dat het volgende jaar weer een legsel grootbrengen.
    Mocht het een hybride zijn: Waarom vindt er geen terugval plaatst naar één van de oorspronkelijke soorten? Nakweek van deze vogels veranderen uiterlijk niet. Wel het formaat wordt kleiner door de selectieve kweek de zogenaamde lijnteelt.
  • Selectieve kweekvorm: Als deze Insularis een selectieve kweekvorm van een Blauwvleugel is, waarom ontstaat dan ook hier geen differentiaties in de jonge vogels? Deze blijven uiterlijk allemaal hetzelfde?? Voor het vergelijk met een andere Forpus denk hierbij voor het gemak aan de groenstuiten. Bij Groenstuiten kan het voorkomen na vele generaties nog steeds verschillende uiterlijke verschijningsvormen van ondersoorten in één nest worden geboren. Daar is bij de “insularis” geen sprake van.

Wat we inmiddels wel durven te concluderen is dat onze “Insularis” niet de insularis is waarvoor we deze vogel hebben aangezien.

Argumenten hiervoor zijn:

  • De foto’s met gps-aanduiding, langzamerhand komen er meer foto’s beschikbaar van de echte Insularis.
  • Als ondersoort van een nominaat van de cyanopygius wijkt onze “Insularis” te veel af van de nominaat vorm. Soorten en ondersoort liggen met de uiterlijke verschijningsvormen erg dicht bij elkaar. Neem hier bijvoorbeeld alleen de stuitkleur van de nominaatvorm, deze is lichtblauw bij onze “Insularis” is dit Kobaltblauw. Verder het model van de vogels komt meer overeen met een Blauwvleugel dan het robuuste model van een Mexicaan.

Al met al genoeg redenen om aan te nemen dat de foto’s van de Forpus cyanopygius insularis juist zijn. 100% zekerheid hebben we pas wanneer we aan de hand van een DNA-onderzoek de onderlinge verwantschap kunnen aanduiden zoals dit ook is gedaan voor de Forpus spengeli.

Hoe nu verder?
Toch wil ik oproepen deze vogels niet direct te dumpen in de handel onder het motto “bastaarden” of wat het wel is weten ze niet, dus weg ermee. Zelf probeer ik nog steeds met de Insularis” te kweken om verdere studie te doen naar deze vogels, met het uiteindelijke doel, wat het dan wel is?

Uiteraard heeft dit ook gevolgen voor onze tentoonstellingen:

Wordt vervolgd

Hugo Weijers
Theo Heymen